Viefhoes Glanerbrug Gronau.

viefhoes 1904
viefhoes 1904

Viefhues

Boerderijkasteel Viefhoes net even over de grens in Duitsland. Het bezat behoorlijk wat landerijen in de directe omgeving. Er was een jeneverstokerij, het  ging om een officiele Brennerij.Bekend is dat sommige inwoners uit de Beekhoek en de Glane hier hun fleske haalden.

Viefhues, een kleine nederzetting bij de Glanerbeek, bekend om smokkelactiviteiten. Vanwege de ligging aan de grens met Duitsland was het smokkelen van goederen zoals jenever en koffie wijdverbreid.

Geprek met een commies.

Kijk, dat zit zo, aldus onze zegsman, de oorspronkelijke eigenaar was Viefhuus, een Duitser, die op dat kasteeltje daar (hij wees op een landgoed tussen geboomte een paar honderd meter over de grens) een jeneverbranderij had. Dat was lang voor de Eerste Wereldoorlog. Toen kon iedere toerist nog voor eigen gebruik een liter jenever accijnsvrij over de grens brengen. Viefhuus profiteerde daarvan door op de Nederlandse oever van de Glane, waar hij ook land had — hij bezat bij elkaar een tweehonderd hectares — een blok van acht huisjes te bouwen en die te verhuren aan smokkelaars met grote gezinnen, die bereid waren dagelijks met hun allen ettelijke keren over te lopen, telkens met één liter jenever. Dat was de bedoeling van de wet niet, maar er was niets aan te doen. Viefhuus werd er rijk mee, de smokkelaars deden goede zaken en de douane kon er niets aan doen. ’t Heeft jaren en jaren geduurd. Nu is het afgelopen, want jenever is niet meer zo gewild, maar de bewoners van het Viefhuusblok smokkelen nog steeds, zolang ze ons niet zien. Wij hebben hier nu een vaste post, dag en nacht. Maar desondanks…………………….

 

1947-05-14 Het smokkelgehucht. Smokkelkroegjes langs de grens. Er wordt voor honderd duizenden omgezet. Een bezoek aan „Viefhues (Speciale reportage).
Ook bij Glanerbrug, bij Enschedé, hebt ge zo’n prachtige gelegenheid. “Viefhuus” heet daar het groepje van bouwvallige huisjes, dat er indertijd, 40 jaar geleden, door een naburige Duitse brandewijnstoker werd gebouwd. Toen de alcohol in niet grotere porties dan één liter vrij over de grens mocht worden gebracht, liet hij daar een aantal zeer kinderrijke gezinnen vestigen en was het de taak van de jeugd om voortdurend heen en weer te wandelen en telkens een liter alcohol naar Nederland te brengen. Van de huisjes zijn er thans meerdere ingestort; in de rest wonen smokkelaars van professie. Hun kleine hondjes verraden door hun gekef elke aanwezigheid van een douane-ambtenaar en het is kinderspel om in een onbewaakt ogenblik het op tien meter afstand gelegen beekje over te steken, dat hier de grens vormt en dat men in deze tijd met bijna droge voeten kan doorwaden. Vijftig pond koffie voor een auto, 6 pond voor een radio is momenteel het vaste tarief in Duitsland, zo vertelt ons de douane. En koffie schijnt er in Nederland, los zowel als verpakt, in onuitputtelijke voorraden te zijn. De bewoners van “Viefhuus” maken er geen geheim van, dat zij smokkelaars zijn. Zij lachen wat om de belangstelling van de pers, die zich om de gore huisjes verdringt, en één der bewoners zegt sarcastisch, terwijl zij wijst op een grenswachter. “Zij doen wel alsof, maar zij vinden het zo erg niet. Want als wij er niet waren, verdienden zij niet zo’n dik salaris”.

1907